Skip to content

Welkom bij Bach Kliniek

July 31, 2019
Deze zomer even los van hechten & loslaten...

 

 

Tijdens Theaterfestival Boulevard maak ik deel uit van de muziek & theater beleving Bach Kliniek, een productie van Sounding Bodies / Jacqueline Hamelink.

“Bach Kliniek is een één-op-één-concert in een besloten behandelkamer. Daar speelt een musicus – een violist, cellist, klavecinist, pianist, organist of accordeonist – de muziek van Johann Sebastian Bach speciaal voor jou en ook echt alléén voor jou! Je bepaalt vooraf zelf wat je uit het concert wilt halen, troost of blijdschap bijvoorbeeld. Bach Kliniek is een uiterst intense muzikale ervaring. Uniek ook, in een tijd waarin bijna alle muziek uit elektronische apparaten komt. Zo dicht bij muziek en uitvoerder was je nog nooit!

Al in de tijd van Bach bestond de overtuiging dat muziek een grote helende werking bezat, mits die aansloot op de gevoelstoestand van de luisteraar. Met Bach Kliniek laat Sounding Bodies zien hoe belangrijk akoestische klanken ook nu nog kunnen zijn voor het welzijn en welbevinden van mensen. Iedere muziekliefhebber weet dat muziek diep kan raken, maar de retorische kracht van het werk van Bach toont nog een bijzondere kwaliteit: het beroert, het overtuigt de luisteraar op gevoelsniveau.”

 

Een bezoek aan Bach Kliniek is een heuse beleving. Een cadeau aan jezelf. Samen met collega Bach assistente Caat Peters hoop ik je te mogen ontvangen in de Bach Kliniek.

Super om deel uit te mogen maken van dit team. Samen met ook Diederik van Wassenaer, Eilidh Martin, Goska Isphording, Laurens de Man, Maximiliano Ciaffi, Vincent van Amsterdam, Arthur Kok, Florain Verheijen, Coralie Den Adel en vele anderen!

We spelen van 1 t/m 11 augustus tussen 13.30u en 22.00u in de oude apotheek van ‘s-Hertogenbosch. Kaartjes zijn te koop op het Festivalplein. Tot dan!

Tijdelijk hechten, de cyclus van leven & sterven

April 16, 2019

Ik heb geduimd tot mijn 14e jaar. Het saillante detail daarbij is dat het duimen gepaard ging met stickers plakken-en-loshalen van mijn bovenlip. Eindeloos plakken en loshalen, sticker na sticker. Nu, als volwassene, duim ik niet meer, maar het genotsgevoel van de sticker-beweging aan mijn vingers is onverminderd. Wat een inzicht: al van kinds af aan ben ik gefascineerd door de fenomenologie van ‘hechten & loslaten’. 

In dit blog zal ik pogen mijn persoonlijke biografie, bekeken vanuit het fenomeen ‘hechten & loslaten’, te plaatsen binnen de biografie van mijn familie-DNA en daaropvolgend binnen de West-Europese cultuur. Ik tracht van micro tot macro niveau een link te leggen van mijn persoonlijke gedachtengoed tot Westers erfgoed denken en de cyclus van leven & sterven.

Wat mij van kleins af aan kenmerkt is dat ik gedij in het denken en handelen vanuit ‘tijdelijk hechten’ aan mens en ding. Als een sticker niet perfect plakt dan wordt hij al snel verruild voor een nieuwe. Als een object, vriendschap, baan, huis, relatie me niet meer voedt evenzo. Met name in mijn twintiger-jaren voel ik de diversiteit aan meningen ten aanzien van mijn keuzen. De één bevraagt me op bindingsangst en voor de ander ben ik een inspiratie omdat ik keuzes durf te maken. Als twintiger stelt het mij echter steeds teleur dat het mij niet lukt om mijn leven vorm te geven met een vaste partner, (koop)huis, een vaste baan en kind. Ik geef mezelf en externe factoren de schuld van het uitblijven van het vermeende geluksgevoel dat gepaard zou moeten gaan met een statisch leefpatroon.

Zo’n 10 jaar geleden omarmde ik voor het eerst, in mijzelf ‘de tijdelijke hechting aan mens en ding’ als grondslag voor mijn authenticiteit. Ik voel me bevrijd in dit idee dat ik niet meer hoef te streven naar de statische vormgeving der dingen. Ik ben me niet naar de eeuwigheid aan het vormgeven, om straks te resulteren in een standbeeld. Ik zie nu in dat ik toen al onbewust vorm begon te geven aan mijn eigen ‘less is more’ leven. Vanuit deze gedachte koos ik mijn huidige partner, maakte ik in mijn werk kennis met ontzamelen, ging ik samenwonen en kreeg ik een prachtige dochter. En wellaan, al deze mensen & dingen beklijven me tot op de dag van vandaag. En iedere dag opnieuw mogen we kiezen voor het leven al-dan-niet met elkaar. Ik omarm de dynamiek van het leven. Ik vind mezelf temidden van de continuïteit van veranderingen en temidden van de bewustwording van transformaties. Ik berust in de eindigheid der dingen en kijk uit naar ieder fris begin.

Het vormgeven van mijn leven vanuit de grondslag van ‘tijdelijke hechting’ lukt mij alleen niet zo goed binnen het Westerse lineaire denken. Dat blijkt ook wel, want voor menigeen Westerling ben ik maar een rare spartaanse fluiter zonder bank en tv. Wat zijn mijn materiële doelen? Waar leef ik voor als ik streef naar minder? Gelukkig beleef ik minimalisme zelf niet als een streng ascetisch bestaan. Ik prijs me gezegend met het comfort van een bed, goede schoenen, een rijk sociaal leven en een gezellig uitje op z’n tijd. Maar het Griekse ‘Sparta’ is in deze context wel een treffende brug, want het lineaire tijddenken waarop onze Westerse beschaving is gebouwd is in deze regionen ontstaan.

Van een cirkel naar een punt. Een nulpunt. Het begin van een tijd op een oneindige lijn op weg naar een doel of het einde der tijd. In reuzenstappen van het cyclisch denken in Oud-Indië, via Oud-Perzië en Babylonië, via de Egyptische, Griekse en Romeinse cultuur, naar de huidige West-Europese samenleving. De kosmische wetmatigheden, mystiek, astronomie en astrologie in het Oosten als intuïtieve graadmeters voor het duiden van het leven in cycli. De Egyptische piramides, als graven voor de doden waar ze gebalsemd en wel ‘tot in de eeuwigheid’ bij de goden zouden verkeren, als voorbode voor het lineaire denken. En het ontstaan van religie, de geboorte van Christus als 0-meting op een tijdlijn resulterend in de tijdduiding van ..v.Chr. en ..na.Chr. En tenslotte zorgde Christiaan Huygens er met zijn uitvinding van het slingeruurwerk voor dat we de lineaire tijd nóg nauwkeuriger konden lezen. Van oude Oosterse (maar zeker ook Maya en Azteekse) culturen die de dood en ieder afscheid als deel van leven plaatsen in een cyclus van opkomst-bloei-verval-en wedergeboorte, naar het Westen waar we het elixer voor het eeuwige leven nog steeds niet gevonden hebben en de dood als het einde beschouwen. Voel ik mijzelf comfortabel op het Spartaanse nulpunt tussen Oost en West? 

In mijn DNA is Oost en West gemixt. Ik ben Nederlandse en hier geboren. Vaders kant is terug te herleiden tot Frankrijk in de 18e eeuw. West-Europees dus. Moeders voorouders zijn afkomstig uit Indonesië én Nederland. Indische Nederlanders trouwden met Indonesiërs en daaruit voort kwamen mijn opa en oma. Dat zij, nadat Nederland hier bevrijd was van de Tweede Wereldoorlog en zij daar bevrijd werden uit krijgsgevangenschap, met slechts vier kisten gevuld met persoonlijke eigendommen vluchtten naar hun nieuwe ‘thuis’land heeft niets met DNA te maken. Wel zegt dit familieverleden (mezzo niveau) iets over het psychisch verwerken van een oorlogstrauma en ontheemd starten op een nieuwe plek vanuit schaarste. Dit is te plaatsen ten tijde van de wederopbouw. Zowel op persoonlijk (micro) niveau als ook op Nationaal (macro) niveau bouwt Nederland op naar de overvloed van de jaren ’80 van de vorige eeuw.

Het ontbeert mij de wetenschappelijke kennis om nóg verder in te zoomen op microniveau van het DNA en celopbouw. Ik lees dat cellen zich vernieuwen en dat ons lichaam continu onderhevig is aan verandering. En ik lees dat een trauma via DNA overgedragen kan worden op volgende generaties. Of in ieder geval het psychische en fysische gevolg van een traumatische gebeurtenis kan gaan ‘kleven’ en dát kun je dan doorgeven. Net zo gemakkelijk als een familietraditie. En als een trauma dan onderhuids als familiepatroon in het onderbewuste gaat nestelen, dan zit je in een lineaire samenleving tot in de eeuwigheid met de gebakken familieperen. In de ene familie wordt jaarlijks het perentaartje geserveerd met de boodschap erbij: ‘opdat het nooit meer gebeurt!’. Wat een contradictie is in lineair Westers denken. In de andere familie eten ze jaarlijks het onsmakelijke taartje met lange tanden, omdat niemand durft te zeggen dat het niet smaakt. In weer een andere familie is de taart reeds jaren beschimmeld. Interessant, want deze ontbindt weer tot deeltjes. In weer een andere familie muteert de taart tot een reusachtige perenpiñata die uiteindelijk tot ontsteking en uitbarsting zal lijden. Of, de perentaart wordt gevoerd bij het uitbreiden van de familiare kring. En als de perentaart dan bij de gehele samenleving beklijft dan heb je volgens Zwitsers psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung een collectief onbewust trauma of archetype te pakken. 

En zo zijn we aangekomen bij het Westers collectieve spullen-trauma. Stuffocation is van micro tot macroniveau aan de orde. Vanuit schaarste hebben we in het Westen opgebouwd naar welvaart. Kapitalisme heeft inmiddels overvloed gebracht en in stijgende lijn willen we goed-beter-best en meer-meer-meer. Het gemak bevalt, het nestelt zich en het resulteert in gedrag van ‘het vinden dat je recht hebt op van alles en wel nu meteen’. De eeuwige lijn is oneindig er is geen hoogste punt. En dáár, precies dáár, voel je, zit het kantelpunt van een lijn, de draai van een cirkel. Op dit punt. Nu. Het economische systeem is erop gericht de consument blijvend te laten kopen, maar omdat overvloed van (in dit geval) spullen praktisch gezien heel lastig wordt in huis wordt het nu mode om te gaan rouleren met spullen. Zelfs in erfgoedland wordt de marktwerking op ontzameld erfgoed transparant. En ‘rouleren’ is een cyclisch gedachtengoed: hechten & loslaten & hechten & … Voelbaar komt het er nu op aan of we individueel en collectief in staat zijn om onze gehechtheden tegen het licht te houden. Het kan pijnlijk zijn om je los te wrikken van de binding; je vermeende verworven recht. 

De activiteit van het rouleren is een goed experiment tot bewustwording en bevragen van gehechtheden. Het vermindert nog niet je koopgedrag en het bevordert nog steeds de afvalberg, maar onbewust stimuleert het ook het genot dat schuilgaat in de wederkerigheid van geven en ontvangen en dankbaarheid voor wat je wél hebt. En wil je een stap verder, vraag je dan eens af of je bereidt bent om iets los te laten zonder er iets voor in de plaats terug te willen. Bevraag de mate van je comfort. Experimenteer met wat dienend en voedend is voor jou. Spartaans leven hoeft niet, maar een gevoel van vrijheid wil toch iedereen? Mijn innerlijke zoektocht leidt mij naar het lezen van Oosterse filosofie zoals het Tibetaanse dodenboek, Zen-Boeddhisme, dharma onderricht en het beoefenen van Vipassana meditaties (aandachtig gewaarzijn). Verder oriënteer ik me op een opleiding tot stervensbegeleider, want tja, het loslaten van het leven bevraagt onze grootste gehechtheid. Kan ik openstaan voor de cyclus van leven & sterven, kan ik daarin berusten en vanuit daar dienstbaar zijn? Tijd zal het mij leren. 

 

 

 

✓ Spreekangst

February 12, 2019

047a36b2-0a18-4748-b30b-73381ba80d2a

Laatst schreef ik over het doen van ‘de opruim-challenge’ of ‘the minimalist game‘ en dat de challenge niet op is gehouden bij het opruimen van spullen. Dat ik nu ook een commitment heb aan het opruimen van mijn fysieke-, mentale- en emotionele weerstanden. Ik beloofde in een volgend blog een voorbeeld te zullen geven van dát opruimen. Bij deze.

Net voor de kerstvakantie ontving ik een uitnodiging om, als alumnus, te komen spreken tijdens de Erfgoedarena, georganiseerd door Master studenten van de Reinwardt Academie. Ik dacht er even over na en mócht van mezelf de uitnodiging niet weigeren. Ik heb een commitment met mezelf. Dus. Hup, door mijn angst heen om voor een publiek te staan. Hup, door de angst heen om mijn mening te delen. Hup, door de angst heen om te denken dat ik arrogant overkom. Hup, door de angst heen dat mijn zenuwen me zullen overmannen en dat ik geen idee meer heb wat ik ga zeggen, dat ik ga hakkelen, rood word, tril en alles voel wat lijflijk nog meer aan de orde is. Hup, door de angst heen dat ik mezelf grootster neerzet dan ik werkelijk ben. Hup.

Twee maanden heb ik de tijd om deze angst in mijzelf te onderzoeken. En twee maanden heb ik de tijd om een inhoudelijk verhaal voor te bereiden, wat aansluiting heeft op de vraag die mij als spreker gesteld wordt. Angst kent vele verschillende raadgevers, de innerlijke saboteurs. Wat ik zoal tegen kom: weet ik wel genoeg van het onderwerp af? Hallo! Ik bén het onderwerp! Moet ik me nóg meer verdiepen in de theoretische museologie? Hallo! Dat heb je de afgelopen 10 jaar reeds gedaan en aan de praktijk mogen ervaren! Moet ik nóg meer tijd besteden aan de voorbereiding? Hallo! Nee. Ontspan. Bepaal eerst hoeveel tijd je eraan wilt besteden en besteed dat er dan ook maximaal aan. Oké, tot zover kom ik er wel uit in het gesprek met mezelf en met wat straight-line. Maar dan…

Ben ik nou klein of juist groot? Ja, die. Die blijft hangen. Die zorgt ervoor dat de zenuwen opstijgen. Wie ben ik nou helemaal? Neem ik teveel plek in? Ben ik betweterig? Of ben ik nou juist niet geslaagd als carriere-tijger? Ik wil niet met de hand wijzen naar de erfgoedsector en ik ben er geen slachtoffer van. Ik voel me toch gezegend dat ik deze tocht met alles erop en eraan mag meemaken? Ik haal Jung erbij. Wat kan ik doen om de angst te overstijgen? Ik wil spreken vanuit mijn hart. Maar kan dat wel? Wordt dat wel gewaardeerd? Als ik vanuit mijn hart spreek dan moeten alle pretenties eraf. Dan ga ik bloot. Figuurlijk. JA! Dat voelt goed. Zo zal mijn introductiepraatje van zeven minuten zijn. Zoals ik ben. Gewoon. Complex mezelf. Eenvoudig toch.

Ik schrijf mijn praatje. Oefen het onder de douche. Naakt. Met mijn vriend als publiek. Met kleding aan. En wanneer theatermaker Boy Jonkergouw me als wederdienst aanbiedt om een paar uurtjes te coachen, dan neem ik de uitnodiging aan. Al probeert zelfs in deze fase de innerlijke saboteur me nog even te verwarren, ik zet voortvarend de nodige stappen vooruit.

Mijn commitment aan mezelf, een goed verhaal, een goede voorbereiding, de oefening en coaching maken me sterk. Ik begin er zowaar naar uit te kijken. En als de avond daar is, dan ben ik mezelf gewaar. Tijdens het inleidende praatje van de gastheer voel ik de zenuwen opstijgen. Ik stuur ze naar beneden, de grond in. Ik kijk rond. Ik luister. Ik ben alert. En zo kom ik ook mijn 7-minuten praatje door. Ik sta stevig, hakkel geenszins, weet wat ik zeg en… ik geniet.

✓  Spreekangst. Opgeruimd! Nah ja… het blijft spannend. Volgende week mag ik weer oefenen bij Fähig, salons over levenskunst bij old school Amsterdam, waar ik met Jeroen Busscher in onderzoekende dialoog ga. En de week daarna komt Eendracht films bij me thuis op bezoek om een portret op te nemen voor de internetserie over Brabantse Cultuurdragers genaamd ‘Goud van Brabant‘, in opdracht van Erfgoed Brabant. Tis wat. Zo’n commitment.

 


The Reinwardt Academy, Erfgoedarena (Heritage Arena) on 30 January 2019

Friction(s) & Betrayal: Pushing the Boundaries of the Museum Profession

How can museologists use their skills and competencies outside the obvious museum or cultural heritage field? What professional and personal dilemmas do they encounter when doing so? At what expense can we push the boundaries of the museum profession?
Speakers: Claire Bown (Thinking Museum), Demelza van der Maas (Collection Manager of the Heineken Foundation), Kathy Marchand (Bouwkate) and Carla Pratt (experienced museologist currently on the job market).

 

Mijn 7-minuten praatje! 

Hi, I am Kathy. I graduated the Masters in 2009. And prior to that, in 2003, I obtained my bachelor degree in Architectural Design. I started off my Museum Profession career as an exhibition designer. But due to the financial crisis and subsidy cuts the museum I worked for had to close down. My last task was to coordinate the relocation of the museum collection to its original owners. 20.000 objects were being moved from one attic to another basically. And so within three years of being a Museum Professional I lost my job.

Looking forward to the next adventure I started my entrepreneurship / Bouwkate. I had a big local network within the field of culture and creative industries, so soon I participated in several projects.

The original owners of the museum couldn’t take care of their collection, so Dieuwertje Wijsmuller (CCC) my classmate during the Masters, Jolande Otten, the former director of the museum and I founded the Association of Disinherited Goods (Onterfd Goed). Our aim was to raise awareness on the then taboo-topic of dismantling collections. And the thin line between an object being heritage or ‘waste’.* We dismantled the museum collection in a transparent manner, according to the LAMO guideline. The sale of objects provided us the resources to organize projects and debates to raise awareness. 

We balanced on the ethical cord. The museumfield did not support us then. And at some point even Parliamentary questions were being asked. On the other hand we were also chosen ‘Radical Innovators’ by a National newspaper. And we were overwhelmed by the amount of sympathizers outside of the museumfield and politics.

Since the business model of the foundation couldn’t provide for three directors, I firstly chose to leave. When Didi had also left the foundation a year after, she asked me to help hér with two dismantling-projects. On hindsight I can say that those two projects represent a personal turningpoint. I had an epiphany that it were nót the objects that interest me, but the people! The psychological impact of de-attaching oneself from an object is rarely taken into account. 

So, I read myself into the phenomenology of ‘attaching and letting go’, into ‘mourning’, ‘Jung’s psychoanalysis’, ‘hoarding’, ‘consumerism behavior’, ‘stuffocation’, ‘Marie Kondo’, ‘Minimalism’ and ‘Eastern and Western philosophy’. I started to empirically research my own mental and emotional attachments by doing the minimalist game and I am henceforward committed to the dynamics of ‘attaching and letting go’.

Next to doing research I have worked at the Dutch Open Air Museum as a dismantling employee. I was a Museum Professional again. For one year. The ‘cleaning’ project ended this summer. Presently, I work in a fulfillment center, order picking the products that we as a society massively order online and discard ourselves of almost even as rapidly. I can advise the Dutch Open Air Museum to actively collect the Airfryer, accompanied by the story of the Polish labor immigrants.

My whole scope urges me to further research the dynamics of ‘attaching and letting go’ within the field of Western Cultural Anthropology and Philosophy. I am very thankful that struggles, determination and an eagerness for personal growth have brought me to this point in my carreer and life. I look forward to putting my heart into researching our responsibility towards a next generation. How can we transcend the Capitalistic behavior pattern of obsessively craving for objects? And how can we collectively balance our fanatism to posses objects versus our indifference in discarding?

Thank you!

 


* During the political process of subsidy cuts in 2010, the Scryption museum collection was literally called ‘old iron waste’ by one of the municipalities board members.


 

%d bloggers like this: